"Toen kwamen ze in Mara. Het water van Mara konden ze echter niet drinken, zo bitter was het: vandaar ook dat die plaats Mara heet. Het volk begon zich bij Mozes te beklagen. 'Wat moeten we drinken?' zeiden ze. Mozes riep de HEER aan, en de HEER wees hem op een stuk hout. toen hij dat in het water gooide, werd het zoet. Daar in de woestijn gaf de HEER hun wetten en regels, en daar stelde Hij hen op de proef. Hij zei:'Als jullie de woorden van de HEER, jullie God, ter harte nemen, als jullie doen wat goed is in zijn ogen en al zijn geboden en wetten gehoorzamen, zal ik jullie met geen van de kwalen treffen waarmee ik Egypte heb gestraft. Ik de HEER, ben het die jullie geneest.'Hierna kwamen ze in Elim, een plaats met twaalf waterbronnen en zeventig dadelpalmen. Daar sloegen ze bij het water hun tenten op."
Exodus 15:23-27
In de gemeenschap leren wij dat er twee plekken zijn waar wij als christenen ons kunnen bevinden.
De eerste is de berg van
verheerlijking. De berg waar de discipelen getuigen waren van Jezus ontmoeting
met Mozes en Elia. Het zijn de momenten waarop God zijn openbaringen geeft;
waarin Hij dromen geeft of situaties waarmee je wordt bemoedigd, en Zijn
nabijheid van zeer dicht bij mag ervaren.
De tweede is het dal van verdrukking. Het dal van verdrukking is de lijdensweg van Jezus. De momenten waarop je veel
strijd en verdrukking ervaart. Soms lijkt God dan eindeloos ver weg en komt de
twijfel al gauw naar binnen. Je moet standhouden, ook wanneer het mistig is, of
zelfs donker en je überhaupt geen idee hebt waar God mee bezig is. Wanneer je
dan door zo’n dal wandelt helpt het om
op te kijken naar de berg der verheerlijking.
Wat heeft God mij gezegd?
Wat heeft God mij beloofd?
En daar vervolgens op te gaan
staan.
Wanneer de weg dan weer omhoog gaat
zul je bemerken dat juist in de dal der verdrukking het geloof en vertrouwen in
God is gegroeid. Dan zul je zien dat God aanwezig was. Dat Hij in dat dal voor
jou heeft gezorgd, dat Hij jou eruit heeft gered en vooral geleid.
Ik heb een voordurende honger naar
Jezus en ik wil Hem volgen kosten wat het kost. Steeds meer mag ik dan ervaren
hoe serieus Jezus mijn gebeden neemt. Neem van mij aan wat je ook tegen Hem
zegt, en misschien ben je het al lang weer vergeten: Hij zal er weer op terug
komen. Ik heb ooit tegen Jezus gezegd: “alles geef ik U.” Wanneer Jezus dan
iets van mij neemt dan doet het ontzettend veel pijn, en meestal stribbel ik
eerst wat tegen. Als ik het Hem dan geef dan is datgene wat Hij er voor in de
plaats geeft zo veel mooier. De liefde van Hem mag en kan dan steeds dieper
tot mijn binnenste doordringen.
Toen ik 5 dagen alleen op Urk (in
april 2012) was, zat ik op de berg der verheerlijking. Ik mocht van Hem kiezen
wat ik wilde: ‘Toerist’ zijn, of de stilte in, alleen met Hem. Ik koos voor het
laatste en Jezus zei tegen mij dat ik het nodig had omdat de komende tijd
moeilijk zou worden. God waarschuwt altijd voordat er iets staat te gebeuren.
(En dan zitten we vervolgens in die narigheid en denken wij: “Hoe had dit
kunnen gebeuren?”)
Wij kennen de wegen van God niet en vertrouwen
Hem niet genoeg om er zeker van te zijn dat alles wat in ons leven gebeurd een
bedoeling heeft. Hij traint ons in volharding. Als ik naar meer geloof verlang,
dan heb ik situaties nodig waarin mijn geloof kan groeien. Als alles goed gaat
dan heeft mijn geloof geen kans om te groeien want alles is er al.
De dal waarin God mij begon te
leiden werd steeds dieper, en ik maak fouten. Soms zag ik het allemaal even
niet meer zo zitten. Ik mocht naar Kreta, maar aangezien God mij een andere weg
had getoond, wat zou ik daar dan nog te zoeken hebben? Waarom zou ik mezelf dan
kwellen door verlangens die niet bevredigd konden worden?
De eerste paar dagen in Kreta zag ik
bijna al mijn vrienden weer terug. Iedereen was vol van een festival die ze met
elkaar aan het organiseren waren. Ik voelde mezelf buitengesloten. Ik had de
afgelopen twee jaar in Nederland gebeden dat er een gebeurtenis als deze zou
gaan plaatsvinden: waarin mensen God mochten ontmoeten en de christenen zich
meer met elkaar zouden verbinden. Nu was het eindelijk zo ver en ik stond er
buiten. Ik streed in mijn hart tegen egoïsme en jaloezie. Toen ik laatst in Kreta was had
God meer de 20 wonderen gedaan. Zo had ik o.a. een Chinese Bijbel mee gekregen
omdat de persoon die het mij gaf het op z’n hart had om het mij te geven. Toen
ik bij M was vroeg ik haar: “Wat moet ik hier mee?” En zij zei: “Daar had ik
voor gebeden! Eén van mijn buren is van Chinese afkomst en ik wil haar graag
een Chinese Bijbel geven.” Ik vroeg aan God in het vliegtuig, naar aanleiding
van wat ik in een boek las. “Iets bijzonders… Als U een regenboog kan laten
verschijnen boven de wolken dan vind ik dat bijzonder. Ik hoefde niet lang te
wachten en daar was het! De zon ging onder en een verscheidenheid van kleuren
kwam te voorschijn precies zoals in een regenboog.
Mijn moeder was onverwachts thuis en
wilde boodschappen voor mij doen. De vloer van M werd gerepareerd
waardoor het lastiger zou zijn om bij haar te verblijven. Maar een paar uur
voor mijn aankomst was alles gereed. M had eigenlijk aan mij willen vragen in
de ochtend te komen, en toch vroeg ze me in de avond.
En nog heel veel meer van dit soort
dingen gebeurde er.
Door al deze dingen heen probeerde
God mij te laten zien dat Hij ontzettend veel van mij houdt en dat Hij mijn reis
zo aangenaam mogelijk wilde laten verlopen. En ik was maar bezig met strijden!
Ik had de opdracht gekregen om
zoveel mogelijk tijd alleen met God door te brengen en er achter te komen wat God
wilde dat ik in Kreta zou doen. Net op het moment dat ik door omstandigheden
even wat minder tijd aan Hem besteedde kreeg ik een sms of ik wel genoeg tijd
met Hem doorbracht en Hem zocht. Het smsje werd gevolgd met het voorstel om er
een dag op uit te trekken en de berg op te klimmen.
Ik was bij M en kreeg tranen in mijn
ogen. Ik zei tegen haar: “Iedereen zegt wat ik moet doen…” Zo voelde ik mij op
dat moment. Toen zei M: “En daarom heeft God tegen mij gezegd mijn auto aan jou
uit te lenen. (En dat was pas een groot wonder! Want toen ik er 2 jaar eerder was
had ik een paar keer aan haar gevraagd, of ik mocht rijden. Uiteindelijk gaf ze
toe en mocht ik een paar kilometer rechte weg zonder kruisingen rijden, met haar
naast mij).
Twee dagen later nam ik haar auto
mee en ging ik naar het uiterste noorden, naar een klooster
en een grot. De klooster was dicht en zou 45 minuten later opengaan. Dus
ging ik lopend verder naar de grot. Na 1 blik geworpen te hebben (het was wel
mooi) had ik dat ook wel gezien. Om hoog kijkend was er iets te zien van een
berg en ik had nog genoeg tijd over voordat het klooster open zou gaan. Ik
besloot de ‘stoute’ schoenen aan te trekken en de berg op te klimmen. De bergen
zijn van God, en als God gezegd had (via de sms) de berg op te klimmen dan zou
niemand mij tegen kunnen houden. De berg op was ik voornamelijk bezig met: “Hou
ik het wel vol?” “Heb ik wel genoeg water?” Ik motiveerde mijzelf om niet te
stoppen, want ja als je stopt kan je wel eens denken aan terug gaan. Top één
had ik bereikt, en ik bedacht me dat top twee (nog net wat hoger) ook wel zou
moeten lukken. De berg werd steeds steiler en ik moest mijn handen gaan
gebruiken om omhoog te klimmen. Dus besloot ik om de dagopeningen (waarin elke ochtend iets
vanuit de Bijbel wordt verteld en na wordt gedacht wat het voor ons in de
praktijk betekend) maar letterlijk uit te voeren. Hoe minder gewicht hoe
makkelijker je boven komt. Ik deed mijn tas (met mijn Bijbel, aantekeningen,
paspoort, portemonnee, vliegticket, de autosleutels…) en mijn hoed af. Het
waren maar een paar meter dus ik had zelfs geen water nodig. Ik keek om mij heen
en vertrouwde op God dat Hij me zou helpen om mijn tas weer terug te vinden.
(twee weken daarvoor had ik mijn sleutels ergens laten liggen midden in het bos
en redelijk snel weer terug gevonden, een tas is groter niet waar?). Boven
zittend op de berg, met een mooi uitzicht naar de zee, zei ik tegen God: “Nou
Heer, ik heb gedaan wat U mij vroeg. Wilt U hier nog iets zeggen, want ik heb
geen tijd om een hele tijd stille tijd te gaan houden. De zon gaat zo
onder, ik moet mijn tas nog zoeken, en ik had M beloofd om 19.00 terug te zijn.”
Het enigste wat er in mijn gedachten kwam was: “Gebruik dit verhaal.” “Mooi
verhaal zeg,” zei ik terug tegen Hem. “ik ging de berg op en ik ging er weer af,
wat is daar nou boeiends aan…?”
Ik ging weer naar beneden en begon
met het zoeken van mijn tas. Eerst vroeg ik vriendelijk: “Here Jezus wilt U mij
helpen om mijn tas weer te vinden?” ‘Natuurlijk’ vind je zo iets niet gelijk
(=dit is niet waar) en ik begon te zingen. Nog geen tas en ik werd melig: “Nou
Heer alles geef ik U is nu wel erg letterlijk! Ik heb werkelijk niets op dit
moment, alles wat iets over mij zegt zit in die tas!” Uiteindelijk begon ik
maar te schreeuwen tegen Jezus (er was toch geen kip te bekennen, wel een
heleboel geiten die mij zaten aan te staren…): “U zou mij toch helpen om mijn
tas te vinden! U weet waar die staat! Bewijs maar dat U goed voor mij zorgt.”
Ik begon wat concentratie en geduld te verliezen en ging de berg meer springend
en rennend op en af (en in het begin was ik bang of ik het wel 1 keer zou halen…).
De zon begon wat onder te gaan en ik begon me wel steeds meer zorgen te maken.
Hoe wel ik niet in paniek raakte of angstig was dat ik het werkelijk niet meer
terug zou vinden. In mijn hoofd bleef de gedachten het is zo makkelijk…
God heeft me geholpen alleen
luisterde ik er niet goed naar….
De eerste was in mijn gedachten: “Zie
je de weg al?” “Nee, Heer, ik zie de weg niet!” Elke keer wanneer ik de weg wel
zag, liep ik weer terug omdat het in mijn ogen veel te ver aan de rechter kant
van de berg was. Ik was op de heen weg namelijk geconcentreerd op de linker
kant want de zon ging rechts onder en dus was er in theorie links meer schaduw
plus het feit dat ik dan minder in het zicht zou lopen.
De tweede wijze waarop God sprak was
door een geit (ja, God spreekt ook via dieren). De geit keek mij aan en begon
naar mij te blaten. Ik begon te doen alsof het Jezus zelf was en sprak tegen de
geit. De geit begon te lopen en ik liep er achter aan. Elke keer stond hij weer
stil, keek naar mij en blaatte. Ik sprak terug (als tegen Jezus) en liep hem
steeds verder achterna. Totdat de geit steeds hoger en steeds meer naar rechts
ging. Ik raakte ervan overtuigd dat de geit mij toch niet naar de plek van bestemming
aan het leiden was. De geit sprak niet meer tegen mij en bleef doorlopen. Hij
was naar mijn idee te hoog en veel te ver naar rechts afgedwaald. Ik wilde toch
nog graag voor het donder terug zijn en hoopte bij het klooster hulp te kunnen
vragen. Het klooster was dicht (niet opengegaan) op weg naar het klooster kwam
ik een Italiaanse toerist tegen. Ik had verteld wat er was gebeurd maar wilde
gauw doorlopen naar het klooster. Dat had dus geen zin. Ik kwam nog wat Grieken
tegen maar die spraken geen Engels en begrepen mij niet goed. Vervolgens zat de
plaats waar M woonde niet goed meer in mijn hoofd. De Grieken hielpen mij om de
plaats weer te herinneren en de Italiaanse toeristen brachten me er naar toe.
Tja ik had werkelijk niets meer te verliezen en als het gedoe op de berg nog
ergens toe moest leiden vroeg ik de Italianen gelijk maar of ze Jezus kende.
Het waren protestanten.
(Wat daarna gebeurde is niet zo interessant.)
De volgende morgen 5.30 gingen M en
ik op weg om, samen met de familie waar ik de eerste 10 dagen verbleef, mijn tas
te zoeken. Binnen het uur op de berg had ik zelf mijn tas gevonden en om 9.00
zaten we bij M thuis aan de thee. (die avond moest ik met het vliegtuig naar
huis).
De dagen erna had ik veel nagedacht
waarom het was gebeurd, en natuurlijk vond ik het dom van mezelf (zomaar een
tas ergens droppen is vragen om narigheid). Ik haat het om voor zulk stommiteit
hulp te moeten vragen.
We kunnen allemaal erg goed
redeneren waarom er bepaalde dingen gebeuren. Alleen vergeten we door al dat
redeneren wat God ons te vertellen heeft.
God wist al ruim van te voren wat er
zou gebeuren met mijn tas. En Hij vind het niet stom. Door deze gebeurtenis
wilde Hij mij een belangrijke les leren. En alleen op deze manier zou het bij
mij effect krijgen. Er zitten meerdere lessen in maar de belangrijkste voor mij
was deze:
Doordat ik LINKS was georiënteerd toen
ik de eerste keer de berg op ging, bleef bij mij het woord LINKS fel in mijn
gedachten. Hoe dan ook mijn tas was uiteindelijk duidelijk RECHTS, vlak onder
de top van de berg waar de geit Linéa recta naar toe liep(!). Als ik gelijk
Gods aanwijzingen had opgevolgd dan had ik mijn tas zonder problemen (en wijze
lessen) gevonden. Wat God tegen mij zei was: “Jij denkt dat de weg van Mijn Wil
(doel) voor jou via LINKS loopt. En dus doe je steeds van alles om die weg via
LINKS te bewandelen. Maar de weg voor jou is niet die LINKER weg. Ik wil dat je
RECHTS gaat.
Al de tijd dat ik mijn tas kwijt
was, bleef ik de vrede en rust van God ervaren en was er
zeker van dat ik hem op tijd terug zou vinden. (Het was toch zo makkelijk?) Ik
baalde naderhand echt, dat ik niet gelijk zo goed had geluisterd. Ik ben vaak
nog koppig en opstandig en ik haat het. Toch was God niet boos op mij. Hij
wilde mij met zijn liefde en zorg omringen. Hij liet zien wat er met mijn leven
gebeurt. Ik kan soms helemaal in een kramp raken en (daardoor) verkeerd
gefocust. Soms juist doordat ik zo graag wil doen wat goed is, ga ik doen wat
verkeerd is. Ik wil God zo graag vinden en soms door al dat zoeken kan ik Hem
juist weer verliezen. God wil dat ik ontspannen ben, plezier maak. En juist
door die ontspannenheid kan ik Gods stem beter verstaan en doe ik sneller
(bijna automatisch) wat Hij van mij vraagt (en ook ik heb mensen nodig die mij
helpen om God beter te leren kennen en de liefde van God te laten doordringen).
Voor de twee kinderen die mee waren,
de berg op, was het een gebedsverhoring. Zij wilde graag bergbeklimmen maar
waren er nog niet aan toe gekomen. Daarnaast zagen zij het zoeken van de tas
als een spel. Zij zagen niet wat voor belangen er inzaten en wat de gevolgen
zouden kunnen zijn als de tas niet werd gevonden.
Het was een avontuur en het ging
erom wie het eerste de tas had gevonden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten